"Hongaren
zijn heel beleefd, veel beleefder dan Nederlanders."
Ik woon in Hongarije,
omdat mijn vader en moeder voor hun werk hierheen moesten. De krant waar ze
voor werken had geen Hongaarse correspondent. Misschien ga ik nog wel terug
naar Nederland als ik groot ben, maar voorlopig blijven we hier, omdat het hier
leuk is.
Ik vind Hongarije een leuk land om te wonen. Het is een heel mooi land, met
veel ruimte. Er is geen zee, dat is soms jammer, omdat ik niet naar de zee kan,
maar daardoor is er ook niet zo'n koude wind en niet zo veel regen. In de zomer
is het bijna altijd mooi weer en in de winter sneeuwt het veel. Dat vind ik
heel leuk, dan speel ik graag buiten.
Heel anders
dan Nederland
Er zijn hier veel bossen en heuvels en bergen, die heb je niet in Nederland.
De dorpen zijn ook anders, alleen maar met losse huizen, niet zulke huizenblokken
als je in Nederland veel ziet. In de stad heb je natuurlijk wel huizenblokken,
maar in de dorpen niet. De huizen zijn ook anders gebouwd dan in Nederland,
niet van baksteen of zo, maar met een gepleisterde buitenkant. De dorpen hier
zijn veel kleiner dan in Nederland. We hebben zelf ook een huis in een dorp
en daar wonen ongeveer duizend mensen (in het dorp, niet het huis). Wij wonen
in de stad, maar ik ga graag naar het dorp toe, omdat daar veel aardige kinderen
zijn. Het is er rustig, dus je kunt altijd ergens spelen, bij mensen thuis of
op straat.
School
Ik zit
op de Carl Rogers School. De naam is Engels, maar het is een Hongaarse school.
Ik ben het enige buitenlandse kind in mijn klas. Ze noemen het hier een alternatieve
school, je mag er meer kiezen en ze luisteren meer naar de kinderen en het is
er niet zo streng als op een gewone Hongaarse school.
Op gewone scholen krijg je al vanaf de eerste klas huiswerk, dat hebben wij
gelukkig niet. Maar we hebben wel allemaal rekenwerk meegekregen voor de vakantie.
We leren op school ook Engels. Ik spreek al Engels, en ik zit met een paar andere
kinderen die ook al beter Engels spreken in een aparte groep. Daarmee maken
we toneelvoorstellingen en schrijven boekjes.
Het is een kleine school met zes klassen en nog geen honderd kinderen. Bij mij
in de klas zitten zestien kinderen, maar in andere klassen zitten er zes of
zeven. We hebben twee leraren, een meester en een juf, en nog aparte leraren
voor Engels en toneelspelen en zo. De meeste Hongaarse scholen zijn groter,
met 25 tot 30 kinderen in de klas. Maar in de dorpen zijn ook veel hele kleine
schooltjes, soms met maar tien leerlingen.
Schooluniformen hebben ze niet in Hongarije.
Taal
Ze spreken in Hongarije Hongaars, en ik dus ook, maar ik kan ook heel goed
Nederlands en Engels. Ik heb Hongaars geleerd op de kleuterschool, daar kwam
ik op toen ik bijna drie was. Ik vind Hongaars geen moeilijke taal, maar mijn
vader en moeder en andere Nederlanders vinden het wel heel moeilijk.
Vrije tijd
Ik voetbal
op school, ik computer, ik speel vaak bij vriendjes of zij bij mij. In Hongarije
spelen kinderen niet zo vaak op straat. Ik wil volgend jaar op schermen gaan.
Daar zijn de Hongaren heel goed in, ze zijn al iets van honderd jaar wereldkampioen.
Het land
Hongarije
is een heel mooi land met heel veel natuur. Er leven wilde zwijnen, herten,
moeflons, ooievaars, vossen en marters. Onze kat vangt vaak hagedissen. Ik heb
ook een paar keer een slang gezien. Meestal zijn die niet giftig, maar bij ons
in de tuin heb ik wel eens een adder gevonden.
In de hoofdstad Boedapest, waar ik woon, leven twee miljoen mensen en in heel
Hongarije 10 miljoen. Buiten Boedapest heeft Hongarije niet zoveel grote steden.
Er zijn veel musea. In Boedapest heb je hele mooie zwembaden, zoals het Széchenyibad,
waar je kunt zwemmen in warm water dat uit bronnen uit de grond komt. Het is
zo warm, dat je er zelfs in de winter lekker buiten kunt zwemmen.
Mijn stad
Boedapest is een mooie stad. De Donau stroomt midden door het centrum en in
de oude stad staan veel mooie huizen en ook een paleis. Het is er wel druk en
het is niet zo'n schone stad. De lucht kan er erg vies zijn. Wij wonen in Buda,
op de heuvel, daar is de lucht wel schoon. In de dorpen is de lucht ook schoon.
We wonen rustig, vlak bij het bos.
Er zijn ook stukken stad die niet mooi zijn. De arme wijken zijn niet mooi en
de wijken met hoge flats ook niet. Een meisje uit mijn klas woont in zo'n wijk
die lelijk is. De huizen in die wijken zijn ook heel klein. Sommige mensen wonen
met een hele familie in twee kamers.
Als mensen in Hongarije op bezoek komen, zou ik ze meenemen naar het Széchenyibad,
naar de bergen en naar de dierentuin.
Rijk of arm
Hongarije
is een arm land. Veel mensen in de kleine dorpen hebben weinig geld. Ze houden
vaak een varken of kippen en andere dieren om te eten. De wegen zijn op sommige
plekken heel erg slecht, zodat je er bijna niet kunt rijden. Veel huizen zien
er ook slecht uit. Arme mensen hebben vaak geen auto en ze dragen ook niet zulke
mooie kleren; heel goedkoop en van slechte kwaliteit.
Maar er zijn ook hele rijke mensen, die in mooie grote huizen wonen met grote
tuinen eromheen. Ze hebben dure auto's en dure kleren. Rijke mensen zie je vooral
in de stad.
Arme mensen doen vaak alles om aan geld te komen, ze pakken alles aan wat ze
aan werk kunnen krijgen. Veel arme mensen hebben een paar baantjes, dan maaien
ze bijvoorbeeld het gras bij iemand, of ze helpen bij de oogst.
Je ziet ook veel zwervers, soms ook kinderen. In het bos tegenover ons huis
staan kleine hutjes. Daarin woonde in de winter een dakloze familie met twee
kinderen, een jongen en een meisje. Die gingen niet naar school. Ze hadden geen
verwarming en de jongen keek altijd in de vuilnisbakken of er iets te eten was.
Ik heb wel met hem gespeeld. Gelukkig hebben ze een huis gekregen en daarom
zijn ze weggegaan. Wij geven zwervers soms geld of oude kleren. Die kinderen
hebben we ook veel kleren van mij gegeven.
Gezondheidszorg
Als ik
ziek ben, komt de dokter meestal naar ons toe. Maar de meeste mensen gaan naar
een kliniek waar de huisarts of de kinderarts zit. Kinderen onder de achttien
gaan naar de kinderarts.
Ik ben een keer in het ziekenhuis geweest omdat ik mijn voet gebroken had. Toen
moesten we drie uur wachten voor we geholpen werden.
Je hebt mooie privé-ziekenhuizen en mensen die het kunnen betalen, gaan
daar naar toe. Maar er zijn ook veel hele oude, arme ziekenhuizen. Gelukkig
heb ik nog nooit echt in een ziekenhuis gelegen.
We hebben een schoolarts, die onderzoekt de kinderen en geeft een briefje voor
je eigen dokter mee als er iets aan de hand is. Ze luistert met een stethoscoop,
je wordt gewogen, ze meet je lengte en kijkt in je keel. We gaan ook één
keer per jaar met de hele klas naar de tandarts, die doet ook niets, behalve
een briefje meegeven voor je eigen tandarts.
Iedereen in Hongarije kan naar de dokter. De meeste dorpen hebben ook een dokter.
De mensen
Hongaren
zijn aardig, in het dorp groet iedereen elkaar op straat en mensen zijn best
behulpzaam. Ze zijn heel beleefd, veel beleefder dan in Nederland. Je hebt bijvoorbeeld
een speciale manier waarop kinderen oudere mensen begroeten, met 'csókolom'.
Dat betekent 'ik kus' en komt van 'ik kus uw hand'. Dat moet je als kind eigenlijk
altijd zeggen tegen oudere mensen.
Hongaren eten anders dan wij. Ze eten 's middags altijd warm en 's avonds brood
en zo. Je krijgt op school of op je werk een warme maaltijd. Maar ik vind het
eten op school niet zo lekker (de meeste kinderen niet) en daarom neem ik altijd
brood mee en eten we net als in Nederland 's avonds warm.
In het dorp gaan de meeste vrouwen 's zondags naar de kerk. Op zaterdag bakken
ze altijd allerlei gebak, want zondag komt de familie op bezoek voor het middageten.
Vaak als mensen iets gebakken hebben, of iets speciaals gekookt, dan geven ze
daar wat van aan hun buren.
Mensen die een varken hebben, hebben één keer per jaar een varkensslacht.
Dan komt de hele familie helpen. Ze beginnen 's ochtends vroeg, dan komt een
slager het varken slachten. Daarna wordt het in stukken gesneden en daarna worden
er allemaal dingen van gemaakt. Ze maken kolbász, dat is een soort worst
met veel paprika en knoflook, en hurka, dat is andere worst, met rijst en lever
of bloed erin. En ze maken spek en vriezen vlees in. Er wordt ook speciaal eten
gekookt, zoals gevulde zuurkool.
Minderheden
Je hebt
in Hongarije zigeuners. Die wonen er al 500 of 600 jaar. Ze worden erg gediscrimineerd.
De kinderen op school maken vaak grappen over zigeuners en zeggen dat ze stinken.
Ze worden gediscrimineerd omdat ze anders zijn, een andere huidskleur hebben,
maar ik vind het stom, want het zijn gewoon mensen. Ik had een tijd een vriendje
dat zigeuner was, jammer genoeg zie ik hem nooit meer.
Er zijn ook Hongaren die anders over zigeuners denken en die vinden dat zigeuners
misschien wel anders zijn, maar ook gewoon mensen.
Nationale feestdag
De belangrijkste nationale feestdag is op 20 augustus. Dat is Sint Stefansdag.
Iedereen heeft dan vrij en in Boedapest wordt een groot vuurwerk afgestoken
boven de Donau. Dat kunnen wij vanuit ons huis goed zien. Sint Stefan was de
koning die er meer dan 1000 jaar geleden voor zorgde dat de Hongaren christelijk
werden.
Beroemde Hongaren
Zelf ken ik geen beroemde Hongaren, maar mijn vader en moeder wel. Bekende
Hongaren (of kinderen van Hongaren die naar het buitenland zijn gegaan) zijn
de filmsterren Tony Curtis en Zsazsa Gabor, de geleerden Edward Teller en John
van Neumann en de componisten Franz (Ferenc) Liszt en Béla Bartók.
De bedenker van de Rubik's Cube was ook een Hongaar, Ernö Rubik. En Houdini,
een ontsnappingskunstenaar die zelfs uit afgesloten kisten wist te komen die
onder water zaten.
Sport
Hongaren houden van voetbal, maar ze hebben geen beroemde voetbalteams.
Ze zijn wel heel goed in schermen (daarin zijn ze heel vaak wereldkampioen)
en in waterpolo. De schakende Polgar-zusjes komen ook uit Hongarije.
Eten
Hongaren
houden erg van eten, maar hun eten is wel is erg vet. Veel dingen worden gepaneerd
en dan gebakken. Je ziet dan ook veel dikke mensen.
Ze gebruiken veel paprika in hun eten. Gulyas (zeg: goejaash) is een typisch
Hongaars gerecht, maar heel anders dan wat wij in Nederland als goelash kennen.
Het is een dunne soep met stukken vlees, aardappel en wortel erin. En natuurlijk
veel paprikapoeder. Het wordt vaak boven een vuur gekookt. Bij mij op school
hebben ze het ook wel eens gekookt toen we een feest hadden. Ik vind gulyas
lekker, maar soms is het wat scherp. Ik hou ook van pörkölt (spreek
uit: peurkeult). Dat is een stoofpot en die lijkt op wat wij in Nederland goelash
noemen.
Hongaren hebben ook lekker gebak. Als je bij mensen thuis bent, krijg je vaak
gebak, maar we hebben in de buurt ook een paar hele lekkere taartjeswinkels,
waar je ook koffie kunt drinken. Daar gaan we soms heen. Het lekkerste gebak
gebak vind ik turoslepény, een soort kwarkgebak dat onze buurvrouw in
het dorp vaak bakt. Dan krijgen we altijd een stukje.